Ondernemingsplan schrijven

Je bent ondernemer, of je wilt het graag worden, dan is het handig dat je voor jezelf een ondernemingsplan schrijft. Met behulp van het ondernemingsplan kun je later weer terug kijken naar wat nou eigenlijk je doelstellingen waren. Je maakt in feit een plan voor je onderneming. Je zet je ideeën, plannen en verwachtingen op een rij. In een ondernemingsplan moet je tenminste de volgende punten beschrijven.

  • Wat is je product of dienst?
  • Wie zijn je klanten of opdrachtgevers?
  • Wat investeer je in je onderneming?
  • Wat is de verwachte omzet in het eerste jaar?
  • Wat is je verwachte wint/verlies in het eerste jaar?
  • Wat is je groeiverwachting?
  • Welke risico’s loop je?

Hieronder zie je een lay-out van een hoe je een ondernemingsplan kan schrijven. Gebruik de onderstaande hoofdstukken om alle belangrijke informatie van je onderneming te beschrijven. Elke onderneming is anders dus voeg eventuele informatie toe of schrap informatie die niet relevant is voor jouw onderneming.

1. Introductie

Begin je ondernemingsplan met een korte introductie. Hier geef je een beknopte beschrijving van je onderneming en wat je met je onderneming wil bereiken. Beschrijf ook kort hoe je dit wil gaan bereiken en waarom je denkt dat je dit gaat bereiken. Vermeld in de introductie ook de naam en juridische vorm van de onderneming.

2. Inhoudsopgave

Maak een duidelijke en overzichtelijke inhoudsopgave.

3. De ondernemer

Beschrijf hier alles over jezelf en de onderneming. Leg hier je bedrijfsidentiteit uit, zoals juridische vorm, handelsregister- en Btw-nummer, achtergrond van de ondernemer(s), Personeelsstructuur en kwaliteiten van het personeel. Beschrijf ook kort de producten en/of diensten met een financieel plaatje van de omzetverwachting.

4. Ondernemingsdoelstellingen

Schrijf hier je doelstellingen die je wil behalen. Wees gerust ambitieus, maar wees ook realistisch. Zorg ervoor dat je doelstellingen onderbouwd worden met bepaalde studies. Je kunt het beste je doelstellingen SMART formuleren. SMART staat voor:

– Specifiek;
– Meetbaar;
– Acceptabel;
– Realistisch;
– Tijdgebonden.

Als je de doelstellingen SMART gaat formuleren, weet je precies in welke kaders je de doelstellingen kan realiseren.

5. Beschrijving product of dienst

Beschrijf je product of dienst in dit hoofdstuk. Wat is het? Waar dient het voor? Noem de sterke en zwakke punten van bestaande vergelijkbare producten of diensten. Wat is het verschil tussen de bestaande producten/diensten en jouw product of dienst. Beschrijf alle kenmerken van het product of dienst die je aanbiedt. Welke behoefte ga jij hiermee vervullen bij de afnemers? Let er wel op dat je beschrijving duidelijk en makkelijk leesbaar is voor anderen.

6. Marktanalyse

In de marktanalyse beschrijf je de bedrijfstak van je onderneming. Ook beschrijf je welke marktsegmenten je gaat aanspreken, hoe je positie is ten opzichte van concurrenten en wie je toekomstige klanten zijn. Beschrijf onderstaande punten.

Bedrijfstak:

  • Tot welk bedrijfstak behoort mijn onderneming?;
  • Hoe groot is deze bedrijfstak?;
  • Wat kenmerkt de bedrijfstak?;
  • Hoe kun je hier je product of dienst het beste toepassen?;
  • Wat zijn de laatste trends in deze bedrijfstak?.

Marktsegmenten:

  • Hoe ziet de bestaande markt eruit?;
  • Wat is het marktgedrag van potentiële klanten?;
  • Welke marktsegmenten ga je betreden?;
  • Hoe en waarom ga je met je product/dienst in de marktsegmenten winst behalen?.

Concurrenten:

  • Hoe groot is je huidig marktaandeel en hoe stabiel en geconcentreerd is dit marktaandeel?;
  • In welke levenscyclusstadium bevinden de bestaande producten zich? Hoe evolueren de prijzen en marges?;
  • Wie zijn je (grootste) concurrenten? Specificeer dit per product of dienst;
  • Wat zijn de verschillen tussen jouw onderneming en de concurrenten?;
  • Hoe kan je product/dienst het uithouden tegen de bestaande producten/diensten?.

Klanten:

  • Wie zijn je potentiële klanten?;
  • Hoe reageert je doelgroep op je product?;
  • Met welke producten of diensten ga je welke klanten benaderen?.

7. Marketing

Maak een SWOT-analyse van je onderneming. SWOT staat voor; Strenghts, Weaknesses, Opportunities en Threats. De sterktes en zwaktes zijn interne punten van je onderneming, kansen en bedreigingen zijn externe factoren. In een marketingplan moeten in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod komen;

  • Wat is je marketingstrategie?;
  • Welke kanalen ga je gebruiken om je product of dienst te leveren?;
  • Hoe ga je je product of dienst promoten?.

Je kan gebruik maken van de marketingmix om je marketing goed te omschrijven. De marketingmix bestaat uit de 4 P’s. Dit zijn; Product, Prijs, Plaats en Promotie. Je kan ook een 5de P toevoegen namelijk Personeel.

8. Onderzoek en ontwikkeling

In dit hoofdstuk beschrijf je in hoeverre je technologieën in huis hebt. Ook moet je, je afvragen of je wel voldoende maatregelen hebt genomen om technologieën, auteursrechten en octrooien vast te leggen. Let ook op de wetgeving waar je te maken mee kan krijgen. Als je een product op de markt brengt voor bijvoorbeeld kinderen dan moet je aan een aantal veiligheidskeurmerken voldoen.

9. Technische haalbaarheid

Hoe ga je de producten maken? Welke onderdelen kun je binnen je onderneming zelf doen en welke moet je uitbesteden? Is het handig om op grote schaal te produceren in verband met de kosten besparing? Moet je de infrastructuur veranderen om aan de vraag te kunnen voldoen? Dit zijn enkele vragen waar je, je in moet verdiepen en omschrijven. Bedenk ook hoe afhankelijk je bent van externe factoren, zoals grondstoffen, toelevering of onderaannemers. Bedenk voor deze risicofactoren een plan die je kan gebruiken als er iets mis gaat.

10. Organogram

Laat een visuele weergave zien van de organogram van je bedrijf. Hierin moet staan wie aan hoofd staat van welke afdeling. Hier kun je gelijk ook verantwoordelijkheden aan koppelen. Klik hier voor een voorbeeld organogram

11. Netwerk

Beschrijf de netwerken die je nu hebt. Denk hierbij aan; wie zijn je partners? Wie zijn je leveranciers? Welke samenwerkingsverbanden heb je?

12. Personeel

Hoeveel personeel heb je nodig en welke kwaliteiten moeten zij hebben? Bedenk ook welke vergoedingen zij nodig hebben.

13. Financiën

In de financiën beschrijf je de financiële planning. Je gaat alles wat je hierboven hebt beschreven vertalen in geld. Het is belangrijk om in ieder geval een beschrijving te maken van:

  • De investeringen;
  • Het bedrijfskapitaal;
  • De kastroom;
  • Welke financieringen heb je nog nodig?;
  • De rendabiliteit.

14. Bijlagen

In de bijlagen voeg je details van bijvoorbeeld marktonderzoeken of technische gegevens. Je kunt ook de volgende onderdelen als bijlage toevoegen:

  • Statuten van de onderneming;
  • Marketingplan;
  • Technologie en productiegegevens;
  • Organogram;
  • Curriculum vitae van het management;
  • Referentievermelding en buitenlandse referenties;
  • Personeelsinformatie met salariëring;
  • Jaarafrekeningen van de laatste vijf jaren;
  • Verslagen van externe specialisten, zoals financiële vooruitzichten.

Neem al deze onderwerpen en hoofdstukken op in je ondernemingsplan. Als je deze onderwerpen goed hebt omschreven is dat voor jezelf erg makkelijk omdat je dan alles op papier hebt staan. Je hebt dan altijd een plan waar je op terug kan vallen. Als je een financiering nodig hebt kun je dit ondernemingsplan ook goed gebruiken. De verstrekker van de financiering zal dan kunnen zien dat je een goed en solide plan hebt bedacht.

Leave a comment