Welke titel mag ik voeren na het hoger onderwijs?

Als je een opleiding in het hoger onderwijs hebt afgerond mag je een officiële titel voeren, maar welke titel mag je voeren als je klaar bent met je opleiding? Dit staat allemaal vastgelegd in de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Hieronder zie je welke titels je mag voeren.

(bron: Rijksoverheid)

De titels die je mag voeren in het hoger onderwijs zijn de bachelor en master. Achter deze titels kun je ook nog het vakgebied van de opleiding toevoegen. Daarnaast heb je nog de Associate Degree. Universitaire opleidingen voegen achter de titels bachelor of master nog de termen “of Arts” of “of Science” toe. Deze toevoegen worden ook wel door de hogescholen gebruikt die een wo-masteropleiding verzorgen.

Welke titels kun je voor je naam plaatsen?

De afkortingen van titels die je voor je naam mag plaatsen in het hoger onderwijs (ho) zijn:

  • bc. (baccalaureus);
  • ing. (ingenieur, alleen als je een technische of agrarische studie hebt gedaan);
  • drs. (doctorandus);
  • mr. (meester);
  • ir. (ingenieur, als je aan een Technische Universiteit bent afgestudeerd).

De andere titels die je mag gebruiken worden achter je naam geplaatst.
Het maakt niet uit of je de internationale of Nederlandse titel voert als je een diploma hebt behaald, je kan overigens niet beide titels tegelijk voeren. Als je meerdere titels voor het hoger onderwijs hebt behaald, mag je deze titels voeren zolang deze verschillende zijn. Let er wel op dat je niet een combinatie van Nederlandse en internationale titels voert, maar of de Nederlandse of de Internationale titel(s).

(bron: rijksoverheid)

Voor meer informatie kijk je op www.rijksoverheid.nl